Gebruik van microwindturbines voor het leveren van hernieuwbare energie aan particulieren en kmo’s

Microwindturbine . BE
 
 
 

Op deze website kan u een deel van de resultaten van het project “Gebruik van microwindturbines voor het leveren van hernieuwbare energie aan particulieren en kleine bedrijven” (IWT TETRA 090192) terugvinden. De looptijd van het project was 2 jaar en is in juli 2012 geëindigd. Onder elk tablad kan u een beschrijving vinden van de werkpakketten die zijn uitgevoerd in het kader van dit project. Voor leden van de gebruikerscommissie is er ook een login voorzien. Hieronder wordt een korte samenvatting van het project beschreven.


            Samenvatting project


Als de conclusie van dit project in een zin samengevat moet worden, luidt deze: “In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd zijn kleine windturbines rendabel, mits de turbine goed wordt gekozen en de plaatsing zorgvuldig gebeurt”.

In het kader van het project werd een exhaustief overzicht opgesteld van de windturbines met een nominaal vermogen kleiner dan 100 kW die thans op de markt zijn. Voor meer dan 700 turbines worden basisgegevens zoals cut-in en cut-out snelheden, geschatte jaarlijkse productie, kostprijs en indien beschikbaar een vermogenscurve opgelijst. In de meeste gevallen zijn de gegevens die betrekking hebben tot de opbrengst gegevens van de fabrikant, die veelal optimistische schattingen zijn. De enorme spreiding in het rendement van kleine windturbines is typisch voor een jonge markt die nog ver staat van maturiteit. De inventaris geeft een waardevol overzicht van deze markt, maar conclusies over de geschiktheid van een specifieke turbine kunnen pas getrokken worden indien er onafhankelijke prestatiemetingen bestaan. De nood aan testvelden en een vorm van certificering voor kleine windturbines is dan ook een van de aanbevelingen van dit rapport.

Omdat het Windplan Vlaanderen betrekking heeft op windsnelheden op 75 m, kunnen de resultaten van dit Windplan niet rechtstreeks gebruikt worden voor kleine wind- turbines, waarvan de ashoogte beperkt is tot 15 m. Daarom werden in het kader van dit project windmetingen uitgevoerd in landelijke en eerder verstedelijkte gebieden. Om een zo compleet mogelijk overzicht te bekomen werden deze metingen uitgebreid met windmetingen van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), Laborelec en Power-Link. Om een zo coherent mo- gelijk beeld te vormen van de windsituatie in Vlaanderen zijn er in de mate van het mogelijke data verzameld voor het jaar 2011. Het jaar 2011 kan algemeen beschouwd worden als een gemiddeld jaar wat betreft de windkwaliteit.

De regelgeving voor de plaatsing van kleine windturbines in Vlaanderen wordt vergeleken met die van buurlanden en van de Verenigde Staten. In een marktstudie die in het kader van dit project is uitgevoerd, wordt gepeild naar de houding tegenover kleine windturbines van Vlaamse gemeenten, particulieren, en KMOs. Wellicht is de belangrijkste conclusie van dit marktonderzoek dat hoewel nagenoeg alle Vlaamse gemeenten vinden dat Vlaanderen meer gebruik moet maken van windenergie, en denkt dat windenergie aan belang zal toenemen, de meeste gemeenten terughoudend zijn om toekomstige aanvragen voor de plaatsing van microwindturbines gunstig te behandelen.

Er bestaan verscheidene rekentools die op basis van gegevens over een windturbine en de lokale windcondities, een schatting geven van de de economische rendabiliteit van een kleine windturbine. In dit rapport is de rekentool ontwikkeld door Association pour la Promotion des Energies Renouvelables gebruikt en verbeterd. Onze belangrijkste aanpassingen aan deze tool zijn de uitbreiding van het aantal opgenomen meetstations van 8 naar 25 (toevoeging van voornamelijk Vlaamse stations), de berekeningswijze van de extrapolatie van de windmetingen naar ashoogte, en enkele wijzigingen van de verrekening op financieel vlak. Ook is de tool vertaald naar het Nederlands. Deze rekentool is hier beschikbaar en is in combinatie met de windmetingen gebruikt voor een schatting van de terugverdientijden van een aantal turbines op mogelijke locaties in Vlaanderen.

Op basis van de in dit project berekende terugverdientijden kan men stellen dat met steunmaatregelen zoals de ecologiepremie kleine windturbines voor ondernemingen rendabel zijn, als ze geplaatst worden op een goede locatie, en als een geschikte turbine wordt gekozen. (Een geschikte turbine is een turbine waarvan onafhankelijke metingen een goed rendement voorspellen in windcondities vergelijkbaar met de site die wordt overwogen. Dergelijke turbines zijn beperkt in aantal. In het onderhavig project hebben we voornamelijk gebruik gemaakt van de Skystream 3.7 van Southwest Wind Power en de Fortis Montana). Geschikte locaties beperken zich niet tot een smalle kuststrook maar kunnen zo ver landinwaarts als Zaventem worden gevonden. De omgeving en in het bijzonder de aanwezigheid van gebouwen speelt in de economische rendabiliteit een cruciale rol. Een hoofdaanbeveling van dit rapport is dat het voor het plaatsen van microwindturbines sterk aangewezen is om een grondige analyse uit te voeren van de omgeving. De klassieke vuistregels voldoen enkel voor eenvoudig terrein. CFD- simulaties indien mogelijk aangevuld met windmetingen bieden een veel betrouwbaarder beeld. De beschikbaarheid van informatie over terrein en bebouwing in programma’s als Google Earth heeft de kost van deze simulaties drastisch gereduceerd. Voor particulieren zijn windturbines thans minder rendabel. Het invoeren van steunmaatregelen kan hier verandering in brengen.

In het kader van dit project werden twee windturbines aangekocht van Chinese makelij (met financiëele steun van een EFRO-project). Deze windturbines worden ingezet in prestatiemetingen. Deze metingen zijn pas helemaal aan het einde van het project van start kunnen gaan, en bieden nog geen grond voor besluiten. Deze prestatiemetingen zullen gaandeweg beschikbaar gemaakt worden via de projectwebsite.